Steun ons!

De magie van stabiliteit

Kennisbank

Wetenschappers over stabiele plaatsingen

In Quebec in Canada deelden afgelopen zomer tijdens het vijfdaagse ICAR6-congres iedere dag zo’n 35 wetenschappers uitkomsten van hun laatste onderzoek. Wat ik van het congres mee terugnam was een indrukwekkende variatie aan presentaties die de kracht van echt stabiele plaatsingen bevestigden, maar ook de aandacht die nodig is om kinderen die zo slecht gestart zijn tot veerkrachtige volwassenen te laten opgroeien.

Onvoorwaardelijke betrokkenheid

Omdat Quebec 11 jaar geleden is overgegaan op adoptie-uit-pleegzorg, werden veel studies gepresenteerd die adoptie en pleegzorg vergeleken. Waarom doen geadopteerde kinderen het over het algemeen beter dan pleegkinderen? Komt dat doordat het om een andere groep kinderen gaat, andere problematiek, een ander moment van in zorg komen, een andere groep ouders, genetica, overplaatsingen……? Wat steeds uit de resultaten komt is stabiliteit, stabiliteit, stabiliteit, gekoppeld aan de onvoorwaardelijke betrokkenheid die hierdoor kan plaatsvinden.

Zoals hoofdspreker Nina Biehal concludeerde ‘Niet alleen de stabiliteit van de plaatsing zelf, maar ook het gevoel van de kinderen dat ze blijvend deel uitmaken van het gezin, kunnen een reden zijn waarom geadopteerden het emotioneel beter doen dan (voormalige) pleegkinderen’ –‘Jij hoort bij mij en ik hoor bij jou en daarbij maakt het niet uit hoe je in het gezin bent gekomen’. Biehal vertelde dat nieuw onderzoek erop lijkt te wijzen dat dit zelfs nog sterker geldt wanneer de stabiliteit juridisch vastgelegd is – zoals bij adoptie het geval is. Resultaten hierover volgen. Uiteraard spelen genetische factoren wel een rol: wanneer geboorteouders problematiek vertonen die genetisch overdraagbaar is, hebben de kinderen een hoger risico, maar vaak blijkt het nieuwe gezin een beschermende invloed te hebben die de risico’s verlaagt.

 

Tevredenheid ondanks zware problematiek

Het is ook lang niet altijd makkelijk en probleemloos. Maar wat blijkt? Ook al blijven in adoptie-uit-pleegzorg veel kinderen ernstige gedragsproblematiek vertonen en worstelt 30% van de adoptieouders, toch blijven de meeste adoptieouders tevreden over hun adoptieouderschap (McRoy). Men blijkt verwachtingen bij te stellen. Adoptieouders zeiden: ‘Het is tenslotte je kind’ en het oordeel ‘succesvolle plaatsing’ betekent niet dat het makkelijk is, maar men stelt andere criteria: 'betrokkenheid', 'een band met het kind' en/of ‘het zien van verbetering'.

Adoptie-competente hulpverlening

In het congres werd door meerdere wetenschappers het buitengewone belang van ‘adoptie-competente hulpverleners’ benadrukt - hulpverleners die kennis hebben van de unieke achtergrond van adoptie- en pleegkinderen, die weten wat dit voor de betrokkenen kan betekenen en welke behandelmethoden voor deze groep de beste effecten hebben. Zoals David Brodzinsky zei: ‘Niet-competente hulpverleners doen vaak meer kwaad dan goed’. Brodzinsky bepleit dat hulpverleners die geadopteerden en adoptiefamilies hulp aanbieden diploma’s moeten hebben die aantonen dat ze kennis hebben van de specificiteit van adoptiehulpverlening. Hierbij gaat het onder andere om trauma, hechting, rouw, de unieke multiculturele achtergrond, en bij kinderen dat hulpverlening niet gericht is op het kind alleen, maar op het gezin waar het kind gehechtheid moet opbouwen.

 

Kennis naar beleid

Op een congres als ICAR6 blijkt weer hoeveel kennis over adoptie en pleegzorg nog steeds ontwikkeld wordt. Ook kennis die direct relevant is voor beleid. Op ICAR6 waren alleen Anneke Vinke van Adoptiepraktijk Vinke en ik vanuit Nederland aanwezig. Het zou mooi zijn als in 2020, wanneer ICAR7 in Milaan georganiseerd wordt, meer Nederlandse adoptie- en pleegzorg beleidsmakers en hulpverleners van deze bijzondere gelegenheid gebruik kunnen maken.

 

Gera ter Meulen