Steun ons!

De stem van het kind – vanuit het Mondiale Zuiden

Kennisbank

Rechten van het kind, gehoord worden, opvang in je eigen netwerk, in je eigen land, identiteit - allemaal zaken waar geadopteerden en pleegkinderen in Nederland best wel een mening over hebben. Maar hoe denken hun lotgenoten in het Mondiale Zuiden daar eigenlijk over? In dit onderzoek van Wilke en collega’s deelden zij hun visie en aanbevelingen voor jeugdzorg.

 

De deelnemers 

De 542 volwassenen die deelnamen aan dit onderzoek kwamen uit 12 landen in het mondiale zuiden (Azië, Afrika en Midden- en Zuid Amerika) en waren als kind ten minste een half jaar gescheiden geweest van hun ouders. De belangrijkste redenen die leidden tot scheiding waren het overlijden van een ouder (42%), armoede (24%) en verlating (20%). Meer dan de helft van hen had meerdere (2-6) plaatsingen meegemaakt. Ze waren vooral binnen hun eigen netwerk geplaatst geweest (72%), in tehuizen (68%) en in pleegzorg (20%). Aan hen werd gevraagd wat zij zouden aanbevelen om jeugdzorg te verbeteren voor kinderen die niet thuis kunnen wonen.

 

De  belangrijkste en meest voorkomende aanbevelingen vielen onder drie overkoepelende thema’s: focus op het kind, stabiele opvang in een gezin, en goede ondersteuning.

 

Focus op het kind

Net als elders in de wereld, benadrukte ook deze groep dat hun behoeftes en wensen over het hoofd werden gezien in jeugdzorg. Zij pleitten voor betere informatie en betrokkenheid bij besluitvormingsprocessen die hen aangingen, in plaats van dat er over hen werd beslist. Niet voor, over en zonder hen. Zij benadrukten hierbij specifiek het belang van trauma-geïnformeerde training voor professionals en verzorgers om hen beter te begrijpen.

 

Opvallend is dat ook deze groep het fundamentele recht benadrukte op toegang tot informatie over hun achtergrond. Hierbij ging het zowel om toegang tot documenten, als het belang van het verbinding houden met hun gemeenschap en cultuur – zelfs op jonge leeftijd.

 

Een gezin, niet in een tehuis

De deelnemers vonden dit een van de belangrijkste aanbevelingen. Kinderen moeten in een gezin geplaatst worden, niet in een tehuis. Deze aanbeveling kwam vooral van degenen die zelf in tehuizen hadden gewoond. Ook wilde men en zo min mogelijk overplaatsingen – wat vooral gebeurde bij tehuisplaatsing en pleegzorgplaatsing.

Zo mogelijk zou allereerst ingezet moeten worden op het be houden van het oorspronkelijke gezin. Als dat niet kon, had plaatsing binnen het eigen netwerk de voorkeur. Ook het contact met gezinsleden en andere familieleden, zoals broers, zussen of grootouders, werd als belangrijk gezien, waarbij de wensen van het kind leidend zouden moeten zijn. 

 

Beschikbaarheid van ondersteuning

De deelnemers benadrukten dat voor hen extra en gespecialiseerde hulp nodig was. Ook werd specifiek het belang van contacten met lotgenoten genoemd en de grote behoefte aan extra steun wanneer ze zelfstandig gingen wonen – net als bij voormalig pleegkinderen in noordelijke landen. 

 

Conclusies

De deelnemers waren ervan overtuigd dat de stem van de kinderen en jongeren het allerbelangrijkst zou moeten zijn in de besluitvorming rond hun opvang. Ook zouden hulpverleners beter toegerust moeten worden om te kunnen voldoen aan de individuele behoeften van kinderen.

Opvang in een gezin is cruciaal voor positieve uitkomsten op de lange termijn – en dat wordt ook ondersteund door heel veel studies.

 

Eigenlijk werden er geen verschillen gevonden in de aanbevelingen van deze groep met aanbevelingen van kinderen in jeugdzorg in West-Europese culturen. Wel staat jeugdzorg in het mondiale zuiden voor meer uitdagingen: waaronder een groter gebruik van tehuiszorg, minder nadruk op het behoud van het eigen gezin, een minder ontwikkeld sociaal beleid en beperktere beschikbaarheid van goede ondersteuning.

 

Wilke, N. G., Roberts, M., ForberPratt, I., Njeri, G., & Howard, A. H. (2023). Recommendations for child welfare care reform in the global south: Perspectives of 542 adults who were separated from parental care during childhood in 12 nations. Children & Society, 37(3), 925-942.

Samenvatting: Gera ter Meulen