Wanneer plaatsing van broertjes en zusjes samen niet in het beste belang voor de kinderen is

Kennisbank

Wanneer plaatsing van broertjes en zusjes samen niet in het beste belang voor de kinderen is

Selwyn, J. (2019). "Sibling Relationships in Adoptive Families That Disrupted or Were in Crisis." Research on Social Work Practice 29(2): 165-175.

 

Hoewel samen plaatsen van broertjes en zusjes in pleegzorg en adoptie belangrijk is en overwegend positief uitpakt, zag Julie Selwyn dat in bijna 80% van gezinnen in crisis of na breakdown slechte relaties tussen broers en zussen een belangrijke rol speelden.

Het samen plaatsen van broertjes en zusjes leidt meestal tot grotere stabiliteit van plaatsingen. De kinderen hebben een gezamenlijke achtergrond en kunnen zich makkelijker met elkaar verbonden blijven voelen. Scheiding van broertjes en zusjes kan levenslang doorwerken, een ernstig gevoel van verlies veroorzaken en zelfs leiden tot een slechtere geestelijke gezondheid.

In Engeland kunnen jonge kinderen waarvan de ouders uit de ouderlijke macht zijn gezet en waarbij het duidelijk is dat ze nooit meer thuis kunnen wonen, geadopteerd worden. Zoals bij interlandelijke adopties zijn deze plaatsingen heel stabiel: slechts rond de 3% van de plaatsingen wordt verbroken, terwijl dat in pleegzorg in zowel Nederland als Engeland tussen de 20 en 50% is. Maar het gaat niet altijd goed en Selwyn ontdekte dat de relatie tussen broers en zussen in het gezin hier vaak een grote rol speelde.

Zij onderzocht de relatie tussen broers en zussen in 41 gezinnen waar breakdown bij adoptie uit pleegzorg had plaatsgevonden en 42 gezinnen waar de plaatsing in crisis was. Bij breakdown wordt een plaatsing verbroken, terwijl dat niet de bedoeling was. Omdat adoptieouders bijna nooit opgeven, ligt het percentage breakdown bij adoptie uit pleegzorg opvallend laag: 3,2% in Engeland en 2,8% in Wales.

Onbalans

Bij slechts 18 van de 83 gezinnen bleken de relaties tussen de broers en zussen normaal te zijn, met een balans tussen positieve en negatieve onderlinge contacten. In 64 gezinnen waren er vooral negatieve contacten, of extreme wisselingen tussen positieve en negatieve contacten.

 

Er is wel een verklaring: pesten en geweld naar broertjes en zusjes komt het meest voor in gezinnen met huiselijk geweld en kindermishandeling en vijfenzeventig procent van de geadopteerde kinderen had dit in het oorspronkelijke gezin meegemaakt. Een (meestal ouder) kind kan dan de ouderrol op zich gaan nemen – ‘parentificatie’. Bij de gezinnen in het onderzoek was konden kinderen inderdaad vaak hun zorgende rol of controle over het broertje of zusje niet konden opgeven. Veel van de problematische kinderen hadden sterk het gevoel onrechtvaardig en slechter behandeld te zijn door het leven en door hun adoptieouders dan hun broers en zussen. Meestal was dit het geval als de kinderen tegelijk geadopteerd werden, maar het kon ook voorkomen bij latere adopties. Sommige kinderen waren diep gekwetst doordat een nieuw kind in het gezin kwam.

Dagelijks

Het dagelijks leven in de gezinnen met niet-normale broer-zus verhoudingen werd ook abnormaal: minder vrienden en sociale activiteiten, sloten op de slaapdeuren, geen vrienden thuis. Broers en zussen leden ook onder de aanvallen van het kind naar hun ouders, kregen minder aandacht of werden zelf mishandeld of misbruikt.

Bij verbroken plaatsingen was eigenlijk de aanleiding eigenlijk altijd het geweld van het problematische kind tegen het adoptiegezin (meestal moeder, maar ook vader, broers, zussen, grootouders, huisdieren). In acht gezinnen was geweld tegen broers en zussen de directe aanleiding, in andere gezinnen triggerde het gebrek aan veiligheid van de kinderen de beslissing.

Geen hulp

Opvallend en tragisch was dat ouders vaak voorafgaand aan de breakdown professionals en politie hadden ingeschakeld, maar dat deze de gevolgen van het gewelddadig gedrag naar broers en zussen negeerden. Het lijkt erop dat het inzicht dat hulp voor broers en zussen noodzakelijk zou zijn niet eens bij de hulpverlening op opkwam.

Op het totaal van de in huis genomen kinderen is het risico van ongezonde broer/zus relaties misschien niet groot, maar gezien het effect op de gezinnen is het een belangrijke factor om mee rekening te houden.

 

Gera ter Meulen, augustus 2019